Opening 8 januari 16.00 uur!
Lees Meer >>>

Breytenbach
14|06|2009 •
26|07|2009
Breyten Breytenbachs beeldende kwaliteiten worden deze zomer met de manifestatie RAAKRUIMTES in Hengelo uitvoerig belicht.
Breyten Breytenbachs beeldende kwaliteiten worden deze zomer met de manifestatie RAAKRUIMTES in Hengelo uitvoerig belicht. Deze manifestatie start op 14 juni en duurt tot 26 juli 2009. Buiten aandacht voor zijn poëzie en andere literaire kwaliteiten zal het accent liggen op Breytenbach als beeldend kunstenaar. Een keuze uit veertig jaar schilderen, tekenen, etsen en collages komen uit zijn atelier in Parijs. Intieme en kwetsbare tekeningen gemaakt in zijn zeven jaar gevangenschap, een tweeëntwintigtal grote olie en acrylverf schilderijen vooral uit de jaren tachtig, etsen en gemengde technieken op papier uit eind jaren negentig en uit het jaar 2000 en een tiental canvas lappen waarin beeld en woord speels samengaan. Een ruime keuze die bijna honderd werken beslaat is op drie verschillende locaties te bezichtigen, te weten de Creatieve Fabriek, AkkuH en galerie Lans Uylen. Er wordt een catalogus van dit werk gemaakt en een groot deel van het tentoongestelde werk wordt te koop aangeboden. Een unieke kans om zoveel werk van deze veelzijdige getalenteerde kunstenaar te zien!
Meer informatie is te vinden op de website www.raakruimtes.nl
Beeldend werk
Een keuze uit veertig jaar beeldend werk zal te zien zijn in de Creatieve Fabriek, bij AkkuH en bij galerie Lans Uylen. Het tentoongestelde werk bevat tekeningen, etsen, litho’s, collages en schilderijen in diverse, soms zeer grote, formaten.
Breytenbach’s teken- en schilderstijl laat zich nog het beste vangen in termen als Surrealisme en Nieuwe Figuratie. Surrealistisch omdat de taferelen niet echt kunnen bestaan en Nieuwe Figuratie omdat Breytenbach ze in een geheel eigen vormen- en symbolentaal weergeeft. Het kleurgebruik is expressief.
Vrijwel altijd is de kunstenaar, als zichzelf of als alter ego, aanwezig in het werk.
De symbiose tussen woord en beeld in de manifestatie RAAKRUIMTES is goed zichtbaar in een tiental grote “boekdoeke” /poëzielappen die geëxposeerd worden in een hal van de Creatieve Fabriek. Breytenbach bezweert als het ware met tekst en beeld de doeken. Intuïtief geschreven teksten met penseel, handafdrukken gedoopt in rode verf, gecombineerd met eenvoudige tekeningen die doen denken aan zandtekeningen uit vroegere culturen waar water en land vaak een rol speelden.
Daarnaast is er van het station naar de tentoonstellingsplekken een bewegwijzering in de vorm van aforismen. De aforismen zijn met sjablonen op de grond aangebracht. Deze aforismen zijn door de kunstenaar zelf gekozen en doen denken aan het sprookje van Hans en Grietje die d.m.v. broodkruimels de weg terug naar huis hoopten te vinden.
Poëzie
Breytenbach heeft speciaal voor deze manifestatie ook veertien sonnetten geschreven met als titel “14 Sonnetten voor een engel in Hengelo”. Op muren in het centrum van de stad “verschijnen”, zoals een engel verschijnt, veertien sonnetten en tekeningen van Breyten Breytenbach. Verschillend van formaat, vaak op zijmuren van huizen en appartementen of bij de toegang naar een park. Een toevallige ontmoeting met poëzie om even bij stil te staan tussen het winkelen door. Tot en met 26 juli blijven deze sonnetten en tekeningen te zien.
Wij stellen u in de gelegenheid om in te tekenen op een bijzondere uitgave van een poëzie- en fotopublicatie met veertien nieuwe sonnetten van Breyten Breytenbach en foto’s van Uli Langendorf. Oplage van honderd expl ., genummerd en door beide kunstenaars gesigneerd. Deze speciale editie kost € 100,-. Voorintekening vindt plaats op volgorde van binnenkomst.
Uw inschrijving kunt u sturen naar e.timmerman@akkuh.nl
Speciale aandacht vragen wij voor een muziek/poëzievoorstelling in het Rabotheater op 17 Juni. Breytenbach zal voorlezen uit eigen werk met muzikale medewerking van o.a. dichter Gert Vlok Nel. Reserveringen: Rabotheater Hengelo (074) 255 67 89 van 12.00 tot 16.00 - elke werkdag tot 13 juni - daarna uitsluitend via www.rabotheater.nl
Laurens van Krevelen
Inleiding bij de opening van de tentoonstelling
‘Raakruimtes’ van Breyten Breytenbach.
AkkuH / De Creatieve Fabriek, Hengelo 14 juni 2009
Als u straks de schilderijen en tekeningen van Breyten Breytenbach gaat bekijken, en zijn gedichten op sokkels en banieren zult lezen, dan betreedt u een wonderbaarlijke wereld. Het is de oogst van zijn artistieke avontuur in tientallen jaren. Breytens wereld, zoals hij die oproept in zijn plastische werk, in zijn gedichten, zijn verhalen en essays, is een bijzonder verrassende werkelijkheid, een andere werkelijkheid dan de alledaagse wereld, het is de werkelijkheid van dromen, van de verbeelding, van de humor en de satire; maar tegelijk is het een heel herkenbare werkelijkheid die je onmiddellijk weet aan te aanspreken: het gaat daarin om liefde en passie, om de schoonheid van de natuur, ook om woede over sociaal onrecht, om verontwaardiging over machtsmisbruik en diepe ontzetting om wat het leven bedreigt. Het werk van Breyten, zowel zijn schitterende literaire werk als zijn oogverblindende plastische werk, is niet alleen maar uniek en mooi, het neemt ook stelling ten opzichte van de essentiële vragen van het menselijk bestaan en van de onrustbarende situatie waarin de wereld nu verkeert.
Breyten, de dichter-schilder of schilder-dichter, is een dubbeltalent, of beter een meervoudig talent. Hij werd in 1995 ervoor bekroond met de prestigieuze Jacob van Looijprijs, de belangrijke onderscheiding voor het dubbeltalent, die ook is toegekend aan kunstenaars als Lucebert en Armando. Zelf heeft Breyten altijd de wezenlijke eenheid van zijn artistieke activiteiten en experimenten benadrukt, de eenheid van schilderen en schrijven, maar de critici lijken de samenhang van zijn werk daarvan meestal te miskennen, en reduceren het vaak ten onrechte tot volkomen los van elkaar staande creatieve uitingen. Het ‘Raakruimtes’-festival hier in Hengelo toont Breytens buitengewone artistieke prestaties gelukkig in hun onverbrekelijke samenhang. U wordt dan ook uitgenodigd om van Breytens verrassende beelden in zijn gedichten onbevangen over te springen naar de poëzie van zijn schilderijen: ze vormen samen één doorlopend verhaal.
Breyten is in zijn werken nadrukkelijk aanwezig: in zelfportretten, in spiegelbeelden, achter maskers, vermomd als engel of duivel, als profeet of clown, als wijze of dwaas. Door zichzelf te onthullen en te ontleden, maakt hij ons iets zichtbaar van het menselijk lot. Zo ontstaan ook zijn dramatische landschappen, als projecties van het innerlijke beleven van de buitenwereld. Hij beschreef zelf eens hoe dat gaat: ‘Het is als bij mediteren: laat [de gezichten] komen en gaan uit eigen vrije list terwijl je doorgaat met het zoeken naar het oorspronkelijke gezicht. … Elk schilderij, elke tekening of elk gedicht is een landschap. Of een “geestschap”. Het vormt een locatie en een situatie zoals ook een landschap dat doet. Misschien is het begrip “landschap”zelfs wel een projectie van opgedane ervaring. “Zien” wij het landschap niet bewust of onbewust als een bepaalde, zelfs begrensde ervaring? Net als een schilderij? Elk is tevens een portret doordat het de combinatie van het vertrouwde met het niet-vertrouwde portretteert die wij ook aantreffen als wij naar een gezicht kijken. In een gezicht brengen de ogen, de neus, de mond en de oren de onmiddellijk herkenbare vertrouwdheid tot stand, zij vormen zogezegd het houvast voor het oog, de politieke doctrine, datgene wat je het onbekende binnen kan leiden.’ Om de verbeeldingen ‘geestschappen’ te noemen is heel typerend voor Breyten’s werkwijze en visie. ‘Raakruimtes’ is een expositie van zulke geestschappen.
Breyten’s plastische werk is figuratief, maar dat zegt niet zoveel over de essentie ervan. Het is eerder: bezield, het is droomachtig, magisch, betoverend; maar het is tegelijkertijd strijdvaardig, geëngageerd, ontmaskerend. Het vormt een voortdurend manifest over het leven en de wereld van nu. Het past dan ook niet goed binnen de geijkte indelingen, binnen de officiële stromingen van de moderne kunst. Het gaat zijn eigen weg. Breyten’s plastische expressie is voor een deel geënt op de traditie van de Europese schilderkunst, van Jeroen Bosch en Goya tot Gauguin en Picasso, de surrealisten niet te vergeten. Maar zijn werk heeft even sterke banden met de niet-Westerse artistieke tradities, die van de Afrikaanse tribale kunstuitingen en van de gesublimeerde esthetiek van China en Japan. Hij zei er ooit over: ‘Schilderen werd in het Chinees wu-sheng-shih genoemd, wat “stille poëzie” betekent. Poëzie, schilderen -- de een als verlengstuk van het andere, als metamorfose, als toevoeging. Woord-dingen en beeld-dingen volgen beide de verstilde bewegingen van het oog of de hand en vandaar van de geest.’
Enkele bekende kunsthistorici hebben erop gewezen dat Breyten’s kunstenaarschap een excentrische plaats inneemt in de moderne Westerse kunst. Edouard Roditi, de grote Amerikaanse kunstkenner, schreef dat bronnen van zijn werk ‘zowel bij de kunst van de Lage Landen als bij die van de Bantoe-wereld’ te vinden waren. Volgens Roditi was Breyten zich, juist door zijn verblijf in Europa, meer bewust geworden hoezeer hij ‘geobsedeerd [werd] door de herinneringen en de mythen van zijn geboorteland’. Een andere kunsthistoricus van naam, de Zuid-Afrikaanse Marilet Sienaert, merkte op dat het volstrekt zinloos is om Breytens werk in te delen bij een van de gangbare kunststromingen, omdat het volstrekt ‘anders’ is van strekking en van inhoud. Volgens haar is het subtiele scheppingsproces van Breyten het best te vergelijken met ‘de kunstuitingen van tribale gemeenschappen’, waar een volkomen menging van esthetiek en levenspatronen wordt nagestreefd. Juist daardoor weet hij de dialectische hoedanigheid van de werkelijkheid te betrappen. Dergelijke kunstuitingen, zegt Sienaert, zijn geen louter esthetische producten, maar ‘ze maken deel uit van het leven, zij verlenen er een visie op’. Ze zijn niet primair gericht op de uiterlijke esthetische vorm, maar tevens op wat ze aan inzicht kunnen geven aan de beschouwer, zoals ze zelf ook zijn voortgekomen uit Breytens visie op het bestaan.
Breyten, die grote artistieke outsider, is vanuit zijn excentrische positie in staat om ons allen een wonderbaarlijk en onvergetelijk beeld te geven van het bestaan. Dames en heren, laat u dus verleiden door de meesterlijke schilderijen en tekeningen van Breyten Breytenbach; laat u meeslepen door zijn betoverende gedichten.
Inleiding bij de opening van de tentoonstelling
‘Raakruimtes’ van Breyten Breytenbach.
AkkuH / De Creatieve Fabriek, Hengelo 14 juni 2009
Als u straks de schilderijen en tekeningen van Breyten Breytenbach gaat bekijken, en zijn gedichten op sokkels en banieren zult lezen, dan betreedt u een wonderbaarlijke wereld. Het is de oogst van zijn artistieke avontuur in tientallen jaren. Breytens wereld, zoals hij die oproept in zijn plastische werk, in zijn gedichten, zijn verhalen en essays, is een bijzonder verrassende werkelijkheid, een andere werkelijkheid dan de alledaagse wereld, het is de werkelijkheid van dromen, van de verbeelding, van de humor en de satire; maar tegelijk is het een heel herkenbare werkelijkheid die je onmiddellijk weet aan te aanspreken: het gaat daarin om liefde en passie, om de schoonheid van de natuur, ook om woede over sociaal onrecht, om verontwaardiging over machtsmisbruik en diepe ontzetting om wat het leven bedreigt. Het werk van Breyten, zowel zijn schitterende literaire werk als zijn oogverblindende plastische werk, is niet alleen maar uniek en mooi, het neemt ook stelling ten opzichte van de essentiële vragen van het menselijk bestaan en van de onrustbarende situatie waarin de wereld nu verkeert.
Breyten, de dichter-schilder of schilder-dichter, is een dubbeltalent, of beter een meervoudig talent. Hij werd in 1995 ervoor bekroond met de prestigieuze Jacob van Looijprijs, de belangrijke onderscheiding voor het dubbeltalent, die ook is toegekend aan kunstenaars als Lucebert en Armando. Zelf heeft Breyten altijd de wezenlijke eenheid van zijn artistieke activiteiten en experimenten benadrukt, de eenheid van schilderen en schrijven, maar de critici lijken de samenhang van zijn werk daarvan meestal te miskennen, en reduceren het vaak ten onrechte tot volkomen los van elkaar staande creatieve uitingen. Het ‘Raakruimtes’-festival hier in Hengelo toont Breytens buitengewone artistieke prestaties gelukkig in hun onverbrekelijke samenhang. U wordt dan ook uitgenodigd om van Breytens verrassende beelden in zijn gedichten onbevangen over te springen naar de poëzie van zijn schilderijen: ze vormen samen één doorlopend verhaal.
Breyten is in zijn werken nadrukkelijk aanwezig: in zelfportretten, in spiegelbeelden, achter maskers, vermomd als engel of duivel, als profeet of clown, als wijze of dwaas. Door zichzelf te onthullen en te ontleden, maakt hij ons iets zichtbaar van het menselijk lot. Zo ontstaan ook zijn dramatische landschappen, als projecties van het innerlijke beleven van de buitenwereld. Hij beschreef zelf eens hoe dat gaat: ‘Het is als bij mediteren: laat [de gezichten] komen en gaan uit eigen vrije list terwijl je doorgaat met het zoeken naar het oorspronkelijke gezicht. … Elk schilderij, elke tekening of elk gedicht is een landschap. Of een “geestschap”. Het vormt een locatie en een situatie zoals ook een landschap dat doet. Misschien is het begrip “landschap”zelfs wel een projectie van opgedane ervaring. “Zien” wij het landschap niet bewust of onbewust als een bepaalde, zelfs begrensde ervaring? Net als een schilderij? Elk is tevens een portret doordat het de combinatie van het vertrouwde met het niet-vertrouwde portretteert die wij ook aantreffen als wij naar een gezicht kijken. In een gezicht brengen de ogen, de neus, de mond en de oren de onmiddellijk herkenbare vertrouwdheid tot stand, zij vormen zogezegd het houvast voor het oog, de politieke doctrine, datgene wat je het onbekende binnen kan leiden.’ Om de verbeeldingen ‘geestschappen’ te noemen is heel typerend voor Breyten’s werkwijze en visie. ‘Raakruimtes’ is een expositie van zulke geestschappen.
Breyten’s plastische werk is figuratief, maar dat zegt niet zoveel over de essentie ervan. Het is eerder: bezield, het is droomachtig, magisch, betoverend; maar het is tegelijkertijd strijdvaardig, geëngageerd, ontmaskerend. Het vormt een voortdurend manifest over het leven en de wereld van nu. Het past dan ook niet goed binnen de geijkte indelingen, binnen de officiële stromingen van de moderne kunst. Het gaat zijn eigen weg. Breyten’s plastische expressie is voor een deel geënt op de traditie van de Europese schilderkunst, van Jeroen Bosch en Goya tot Gauguin en Picasso, de surrealisten niet te vergeten. Maar zijn werk heeft even sterke banden met de niet-Westerse artistieke tradities, die van de Afrikaanse tribale kunstuitingen en van de gesublimeerde esthetiek van China en Japan. Hij zei er ooit over: ‘Schilderen werd in het Chinees wu-sheng-shih genoemd, wat “stille poëzie” betekent. Poëzie, schilderen -- de een als verlengstuk van het andere, als metamorfose, als toevoeging. Woord-dingen en beeld-dingen volgen beide de verstilde bewegingen van het oog of de hand en vandaar van de geest.’
Enkele bekende kunsthistorici hebben erop gewezen dat Breyten’s kunstenaarschap een excentrische plaats inneemt in de moderne Westerse kunst. Edouard Roditi, de grote Amerikaanse kunstkenner, schreef dat bronnen van zijn werk ‘zowel bij de kunst van de Lage Landen als bij die van de Bantoe-wereld’ te vinden waren. Volgens Roditi was Breyten zich, juist door zijn verblijf in Europa, meer bewust geworden hoezeer hij ‘geobsedeerd [werd] door de herinneringen en de mythen van zijn geboorteland’. Een andere kunsthistoricus van naam, de Zuid-Afrikaanse Marilet Sienaert, merkte op dat het volstrekt zinloos is om Breytens werk in te delen bij een van de gangbare kunststromingen, omdat het volstrekt ‘anders’ is van strekking en van inhoud. Volgens haar is het subtiele scheppingsproces van Breyten het best te vergelijken met ‘de kunstuitingen van tribale gemeenschappen’, waar een volkomen menging van esthetiek en levenspatronen wordt nagestreefd. Juist daardoor weet hij de dialectische hoedanigheid van de werkelijkheid te betrappen. Dergelijke kunstuitingen, zegt Sienaert, zijn geen louter esthetische producten, maar ‘ze maken deel uit van het leven, zij verlenen er een visie op’. Ze zijn niet primair gericht op de uiterlijke esthetische vorm, maar tevens op wat ze aan inzicht kunnen geven aan de beschouwer, zoals ze zelf ook zijn voortgekomen uit Breytens visie op het bestaan.
Breyten, die grote artistieke outsider, is vanuit zijn excentrische positie in staat om ons allen een wonderbaarlijk en onvergetelijk beeld te geven van het bestaan. Dames en heren, laat u dus verleiden door de meesterlijke schilderijen en tekeningen van Breyten Breytenbach; laat u meeslepen door zijn betoverende gedichten.

